In de ondernemersroute werken we samen met partijen die zich inzetten voor ondernemend Nederland. Samen bouwen we aan een logische route voor ondernemers, in goede én in uitdagende tijden. In deze rubriek kijken we door de ogen van mensen die hier actief aan bijdragen. Zo ontstaat stap voor stap een completer beeld.
Vandaag spreken we met Lex van Teeffelen, lector Financieel Economische Innovatie aan de Hogeschool Utrecht.
Waarom pleit u voor een sterkere ondernemersroute?
“Het blijkt simpelweg hard nodig,” begint Van Teeffelen. “Bij elk moment in de levenscyclus van een bedrijf; starten, doorgroeien, zwaar weer en overdragen of stoppen, zou er een passend aanbod moeten zijn van cursussen, scholing, events of ondersteuning. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk is het aanbod versnipperd en moeilijk vindbaar.”
Volgens hem ontbreekt vooral samenhang. “Ondernemers moeten nu vaak zelf het wiel uitvinden. Dat kost tijd, energie en geld. Juist in kwetsbare fases is snelle en passende ondersteuning cruciaal.”
Er is toch genoeg aanbod op het gebied van scholing?
“Er gebeurt zeker veel, en dat is positief,” zegt hij. “Zo is er sinds kort Leeroverzicht, een initiatief van de ministeries van OCW en SZW. Daar vinden ondernemers veel vakgerichte cursussen en informatie over subsidiemogelijkheden.”
Tegelijkertijd ziet hij dat het overzicht nog niet compleet is voor ondernemers die zich breder willen ontwikkelen. “Wat ontbreekt, zijn mogelijkheden voor directe ondersteuning, coaching en advies. Denk aan initiatieven zoals Geldfit, Ondernemersklankbord of de Financieringsgids. Ook begeleiding via bedrijven, het UWV of gemeenten is daar niet in opgenomen. Terwijl juist die combinatie van leren én begeleiden belangrijk is.”
Hoe kijkt u naar het beleid rond Leven Lang Ontwikkelen?
“Een aantal evaluaties van Leven Lang Ontwikkelen, gepubliceerd door de Rijksoverheid, zijn eerlijk gezegd teleurstellend,” aldus Van Teeffelen. “De focus ligt vooral op scholing van medewerkers en veel minder op die van ondernemers zelf. Terwijl ondernemers richting geven aan de ontwikkeling binnen hun bedrijf.”
Uit de evaluaties komen volgens hem vijf terugkerende knelpunten naar voren:
1. Versnippering en onzeker beleid
“Verantwoordelijkheden liggen bij meerdere ministeries, met eigen regionale infrastructuren. Veel initiatieven zijn tijdelijk gefinancierd. Beleidsvoorspelbaarheid ontbreekt en dat brengt risico’s met zich mee voor onderwijs én bedrijven.”
2. Systeem- en transitiefalen
“Er wordt te weinig toekomstgericht geïnvesteerd in het aanbod. We lopen achter de feiten aan.”
3. Beperkte leercultuur en HR-capaciteit
“In veel bedrijven is leren niet vanzelfsprekend. Vooral in het mkb ontbreekt toekomstgerichte vraagarticulatie. Dat maakt ondernemers kwetsbaar.
4. Aanbodgestuurd en weinig maatwerk
“Publieke instellingen werken vaak met generieke trajecten en private partijen richten zich op ‘rendabele’ doelgroepen. De ondernemer die nét buiten de boot valt, krijgt weinig passend aanbod.
5. Kwetsbare groepen blijven achter
“Praktisch opgeleiden, ouderen, flexwerkers en laaggeletterden ervaren drempels en worden onvoldoende bereikt.”
Welke ondernemers komen het vaakst in de problemen?
Van Teeffelen verwijst naar cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). “Ondernemers, en vooral zzp’ers, zijn vaker werkende armen dan werknemers, tot wel 2,2 keer zo vaak. Opleiding doet er echt toe. Een lager opleidingsniveau vergroot het risico op armoede aanzienlijk.”
Ook ziet hij duidelijke sectorverschillen. “Sectoren die hard geraakt zijn door corona, zoals cultuur, recreatie, handel en horeca, kennen relatief veel werkende armen. Dat onderstreept hoe belangrijk structurele ondersteuning en ontwikkelmogelijkheden zijn.”
Wat is volgens u nu de belangrijkste stap?
“De conclusie is duidelijk: er is nog veel te doen,” zegt Van Teeffelen. “We hebben een geïntegreerd, toegankelijk en levensfasegericht aanbod nodig voor ondernemers. Scholing, coaching, advies en financiële ondersteuning moeten beter op elkaar aansluiten. Niet alleen voor individuele ondernemers, maar voor de veerkracht van onze hele economie.”